Deel I – Stand van zaken in de 30 RES-regio's

Deel I presenteert de stand van zaken van de 30 RES-regio’s.

Toekomstbeeld over alle aspecten die terugkomen in de FOTO NP RES
Robèrt Guérain

Beschrijving van tekening Robert Guerain

In deze illustratie zie je mensen varend in een bootje op water nabij de kust. Ze varen naar een vuurtoren die licht geeft met sterren. In de donkere hemel staan sterrenbeelden die de toekomt verbeelden. Deze toekomst gaat over sturen op waarde, energiedelen & energiegemeenschappen, toekomst duurzame opwek op land, warmte in samenhang, energiesysteem en verborgen vermogen decentraal.

Realisatie van opwek stagneert​


De Klimaatakkoord-doelstelling van ten minste 35 TWh in 2030 wordt gehaald, maar het gezamenlijke streefdoel van 55 TWh verdwijnt steeds verder uit beeld. Regio’s hebben behoefte aan een perspectief dat kaders en duidelijkheid geeft over waar en wanneer welke energie beschikbaar is voor wie. En daarmee ook beter aansluit bij de decentrale ontwikkeling van het energiesysteem.​

Stilstand in het verder realiseren van opwek op land dreigt, ook in regio’s die altijd voorop liepen. De focus verschuift naar de behoefte aan energie voor wonen, werken en verplaatsen.​

In een aantal provincies neemt de provincie vanuit een gevoel van urgentie haar formele rol en verantwoordelijkheid, met name voor windenergie, om zo toch de gezamenlijk afgesproken opwek te realiseren. Dit leidt soms tot versnelling, maar soms ook tot spanning tussen overheden onderling of tussen overheden en de gemeenschap.

De meeste regio’s houden hun ambities overeind en werken stug door. Vanuit de urgentie dat voor wonen, werken en verplaatsen duurzame en betaalbare energie nodig is in het gebied. Tegelijk zijn er op sommige plekken terugtrekkende bewegingen ten aanzien van de regionale ambitie.​​

Branco de Lang Fotografie

Belemmeringen in de voortgang​


Er zijn verschillende factoren die de voortgang van hernieuwbare opwek op land belemmeren:

  • Maatschappelijke onrust en gebrek aan politieke steun ontmoedigen bestuurlijk doorzettingsvermogen in de regio’s.
  • Des- en misinformatie over windmolens, onderstations en zonnepanelen versterken maatschappelijke zorgen.
  • Andere politieke urgente ontwikkelingen (woningbouw, Defensie) krijgen steeds vaker voorrang boven energie opwek.
  • Decentrale initiatieven voor het energiesysteem passen vaak niet in bestaande subsidie- en financieringsstructuren.
  • De businesscase van grootschalige projecten wordt slechter, met name bij zonneparken. Ook is voortzetting SDE++- onzeker.​
  • Aangescherpte voorkeursvolgordes zon, soms strenger dan de landelijke interbestuurlijke afspraken, bemoeilijken het vinden van locaties.
  • Voortdurende onduidelijkheid over milieunormering windenergie zorgt op sommige plekken voor een afwachtende houding.
  • Door netcongestie kunnen opwekprojecten vaak niet aangesloten worden op het elektriciteitsnet.

Maar ook kansen in de regio’s​


Tegelijk kijken regio’s naar wat er wel kan door bijvoorbeeld:​

  • Eigen windnormen op te stellen (wat sneller gaat dan wachten op de nieuwe landelijke normen)
  • Zon op objecten te realiseren (trede 1 t/m 3 van de zonneladder)
  • (Beleid voor) energiehubs en batterijopslag te realiseren​
  • Flexcontracten te sluiten​

De nieuwe WCW (Wet Collectieve Warmtevoorzieningen) en de nieuwe Energiewet geven nieuwe kaders. De Kamerbrief over de decentrale ontwikkeling van het energie-systeem geeft perspectief aan regionale en lokale initiatieven.​

Uit de praktijk: Gemeente Leeuwarden jaagt op flex​

Vier jaar geleden kreeg ook de Gemeente Leeuwarden te maken met netcongestie. Joep Poot, projectleider Energietransitie, legt uit hoe flexjagen, flexibele contracten en capaciteitsbeperkende contracten het verschil kunnen maken.​

Lees het praktijkverhaal.

Energiesysteem als uitgangspunt​


In de meeste regio’s is een samenhangend energiesysteem een belangrijk uitgangspunt geworden; gekoppeld aan wonen, werken en verplaatsen in het gebied en vaak in verbinding met toegang tot energie. Dit is terug te zien in de vele RES-herijkingen en voortgangsdocumenten die gemaakt worden.

De reden hiervoor is vaak het mogelijk maken van opwek ondanks netcongestie, maar ook dat in de praktijk blijkt dat decentrale ontwikkelingen in het energiesysteem een bijdrage kunnen leveren aan meer weerbaarheid, lokale zeggenschap en betere betaalbaarheid.

Enkele regio’s ontwikkelen een ruimtelijk en energetisch afwegingskader om te kunnen sturen op ontwikkeling van batterijopslag.

Veel regio's werken mee aan provinciale en nationale trajecten op het energiesysteem: pMIEK, energievisies, LAN, etc.

De samenhang met de sectoren die energie vragen groeit: er is bijvoorbeeld meer aandacht voor netbewuste nieuwbouw.

Zie ook deel III Verborgen Vermogen voor een verdere uitwerking van dit onderwerp.​​​

Uit de praktijk: Afwegingskader Batterijopslag West-Brabant​

RES-regio West-Brabant heeft een afwegingskader ontwikkeld waaraan gemeenten aanvragen voor grootschalige batterijopslag kunnen toetsen. Het kader bevat criteria op verschillende gebieden. Aan welke wetgeving en eisen op het gebied van bijvoorbeeld veiligheid moet je voldoen? Wat voor type opslag is het, en wat wordt het vermogen? En vooral: wat is de ruimtelijke impact en hoe past de opslag in het landschap? Het doel is dat het afwegingskader binnenkort ook landelijk toepasbaar wordt.​

Lees het praktijkverhaal

Uit de praktijk: IJsbaan en zwembad onder 1 dak in Leiden​

Wat doe je als de ijsbaan en het overdekte zwembad zijn verouderd? Leiden bouwde ze opnieuw, maar dan onder één dak. De warmte die bij het ijs maken vrijkomt, verwarmt het zwembad. Zonnepanelen zorgen voor schone stroom.​

Lees het praktijkverhaal

Uit de praktijk: Regionale warmtenetten belasten het stroomnet het minst​

Holland Rijnland zet voor de warmtetransitie maximaal in op regionale warmtenetten, want die belasten het stroomnet het minst en er is veel lokale warmte beschikbaar. Een gesprek over de samenhang in het energiesysteem, versterken van uitvoeringskracht en hoe je optimaal samenwerkt in de regio.

Lees het praktijkverhaal

Meer energie op warmte​


Warmte krijgt, mede omdat gemeenten in 2026 een warmte-programma moeten opleveren, in veel regio’s meer aandacht. Warmte ligt meer dan ooit op tafel als vorm van duurzame energie en wordt gezien als essentieel onderdeel van de decentrale ontwikkelingen in het energiesysteem. Regio's zien uit naar de verwachte inwerkingtreding van de WCW in 2026.​

De noodzaak van samenwerking over gemeentegrenzen heen wordt steeds sterker. Gemeenten, warmtebedrijven, provincies en regio’s werken intensiever samen aan het warmtevraagstuk.

Sommige regio’s ontwikkelen afwegingskaders om bronnen optimaal te benutten, met oog voor maatschappelijke meerwaarde en regionale samenhang. Nationaal is gewerkt aan ondersteuning bij de verdeelvraagstukken die hierbij optreden.

Het besef groeit dat slimme warmtekeuzes kunnen zorgen voor ruimte op het elektriciteitsnetwerk. Maar nog niet overal zijn de effecten van deze keuzes op het elektriciteitsnet in beeld. ​

Meer gebiedsgerichte aanpakken​


Realiseren van een duurzaam energiesysteem vraagt om keuzes in de fysieke leefomgeving. Deze keuzes zijn vaak complex en gevoelig, hangen onderling samen en gaan over gemeente- en provinciegrenzen heen.​

Regio’s kiezen daarom steeds vaker voor gebiedsgerichte aanpakken om energievraag, -aanbod en -opslag samen te brengen met (ruimtelijke) opgaven. Vaak in samenhang met plannen en initiatieven op andere schaalniveaus.

Gebiedsgericht is er, ondanks netcongestie, decentraal soms meer mogelijk dan gedacht. Meer over dit 'verborgen vermogen' is te lezen in deel III van deze foto.

De samenwerking tussen beleidsambtenaren van energie en andere domeinen (o.a. ruimte, wonen, economie, mobiliteit, landbouw) intensiveert. Op juridisch vlak (omgevings-instrumentarium) is deze samenwerking veelal nog beperkt.​

Uit de praktijk: Regionaal Plan Energiesysteem West-Brabant​

De regio West-Brabant heeft, als opvolger van de RES 1.0, een Regionaal Plan Energiesysteem (RPE) opgesteld. In dit Regionaal Plan Energiesysteem ligt de focus niet meer alleen op opwek, maar op de balans tussen de verschillende energiedragers en tussen vraag en aanbod. Op basis van input uit onder andere een bronnenstrategie, een energiesysteemverkenning, onderzoeken naar batterijen, waterstof en groen gas, burgerberaden en een Energiedag legt West Brabant actief verbindingen tussen energievraagstukken en gebiedsontwikkeling. ​

Lees meer op de site van RES West-Brabant

Een weegschaal met links een schaal met gebouwen en de vraag wanneer ze energie nodig hebben. In de rechterschaal staan personen die samen 2,2 TWh verbruiken

Van inpassing naar aanpassing​


De verandering van een fossiel naar een duurzaam energiesysteem zorgt ervoor dat het systeem meer ruimte nodig heeft en zichtbaarder is. Zowel nationale als decentrale ontwikkelingen vragen om veel ruimte.

Vanwege de grote hoeveelheid bovengrondse ruimte die nodig is voor opwek en (nationale) infrastructuur spreekt het College van Rijksadviseurs over “het aanpassen van het landschap in plaats van het inpassen in het landschap”, in de publicatie 'Landschap onder hoogspanning'.​

Ook voor nieuwe wijken zoeken ontwerpers naar mogelijkheden om het energiesysteem direct mee te nemen in het ontwerp, gecombineerd met andere opgaven als parkeren en groen. Bijvoorbeeld met Balanswijken, waarbij opwek en opslag integraal onderdeel zijn van het ontwerp.

In een balanswijk wordt de ruimte verdeeld in links een woonwijk, in het midden de wind en zonne-energie en rechts de batterijopslag. Deze zijn in balans.

Beschrijving van illustratie

In deze illustratie zie je hoeveel ruimte wind- en zonne-energie en hoeveel ruimte batterijopslag ruimtelijk nodig hebben voor een woonwijk. Van links naar recht op de illustratie zie je een getekende woonwijk, dan een getekend zonneveld met windmolen en een batterijopslag.

Professionaliseren van data & monitoring​


De RES-regio’s professionaliseren op het vlak van data, met name geodata. Dit is o.a. zichtbaar in de voortgangsdocumenten van de regio's.

De focus verschuift van RES-monitoring naar datagedreven ontwerpen en monitoren van de decentrale kant van het energiesysteem. Geodata helpt energie te koppelen aan ontwik-kelingen als nieuwbouw, bedrijventerreinen en laadpleinen.

Een gezamenlijke taal is belangrijk. Het begrippenkader RES wordt in alle regio's gebruikt en inmiddels zijn ook begrippenkaders warmtenetten en energiesysteem gepubliceerd. Harmoniseren en standaardiseren van data maakt data-uitwisseling en monitoring efficiënter en effectiever.​

Sinds mei 2025 is er een dataportaal. Alle regio’s kunnen hierin de stand van zaken voor opwekprojecten wind en zon ophalen en bijhouden. Dit is onder andere input voor de PBL-monitor 2025, en ondersteunt de beweging naar datagedreven ontwerpen van het energiesysteem.

Uit de praktijk: Datasprints geven inzicht in complexe energievraagstukken​

NP RES ondersteunt energieregio’s en gemeenten met datasprints. De data, kennis en de manier van werken, helpen relevante energievraagstukken in de leefomgeving vooruit.​ ​

Lees meer het praktijkverhaal

Verbeelding van 2 mensen die alle opwek, warmte, vermogen en bouwen in de gaten houden achter een heel groot dashboard. Een ervan staat op een ladder.

Windnormen: wachten of lokaal vaststellen?


​Nieuwe landelijke milieunormen voor windenergie laten nog op zich wachten. De duur van de huidige overgangsregeling is verlengd tot eind 2026. Daarmee zullen nieuwe normen er naar verwachting op zijn vroegst 1 januari 2027 zijn.

Regio’s die verder willen met windprojecten kiezen er daarom steeds vaker voor om lokale normen op te stellen.​

Dit kan door de landelijke Milieueffectrapportage (MER) van de concept windnormen ook eenvoudiger en sneller.​

Daardoor loont het om als regio zelf aan de slag te gaan.​

Praktijkverhalen lokale milieunormen van de Helpdesk Wind op Land

Eisen voor windpark Reijerscop vastgesteld - Lokaal initiatief is nu aan zet van Gemeente Woerden​

Schema met de 33 weken doorlooptijd van de lokale normen zonder mer

Doorlooptijd lokale normen zonder MER

Zon: hoe verder?​


Alle provincies hebben een aangescherpte voorkeursvolgorde zon doorgevoerd in hun verordeningen. In sommige gevallen is deze strenger dan landelijke interbestuurlijke afspraken.​

Het effect daarvan zal pas over een paar jaar blijken. Op dit moment komen er nog diverse parken op landbouwgrond tot stand die al ver in het vergunningsproces waren toen de nieuwe bestuurlijke afspraken gemaakt werden.

De businesscase voor zonprojecten op de eerste 3 treden van de zonneladder worden lastiger, o.a. door negatieve stroomprijzen. Ook netcongestie speelt nog altijd een beperkende rol.

Toch zijn er ook kansen: er zijn genoeg voorbeelden hoe onder andere zonnepanelen op dak, agri-pv of solarcarports wel financieel uitkunnen en gerealiseerd worden, vaak in combinatie met andere vraagstukken en functies.

Het stappenplan zon-PV beschrijft de stappen voor gemeente en initiatiefnemer om tot een omgevingsvergunning te komen. ​

Uit de praktijk: zonne-eiland in Neder Betuwe​

Een drijvend zonnepark in de uiterwaarden bij Ochten gaat elektriciteit leveren aan onder meer een nabijgelegen zandwinningsbedrijf. Met behoud van natuur en landbouwgrond, versterking van recreatie en biodiversiteit en zónder beslag op het stroomnet. ‘Een stimulerende gemeente is cruciaal.’​

Lees meer op helpdeskzonopwek.nl

Lees verder: RES-regio's en TenneT: 'We moeten samen de puzzel leggen'

Aandacht voor natuur groeit


​De aandacht voor meer kwaliteit en vooral natuur rondom wind en zonneparken groeit.​

Tegelijkertijd groeien de zorgen over of alle natuurmaatregelen bij zonneparken ook daadwerkelijk aangelegd worden.​

Sinds dit jaar hebben de RES-regio’s kwaliteitsbudget gekregen om meer natuurmaatregelen mogelijk te maken.​

De regio’s zijn, vaak in samenspraak met de Natuur- en Milieufederaties, nog druk doende om dit door te voeren en de aanpak verschilt per regio.

Zo heeft Noord-Holland een subsidieregeling ingevoerd, waar ieder op in kan tekenen (zie hiernaast). Drenthe kiest voor een schouw en overleg om tot projecten te komen.

Meer lezen?​

Uit de Praktijk: Subsidieregeling Noord-Holland​

De provincie Noord-Holland stelt ruim € 1,5 miljoen subsidie beschikbaar voor het herstellen en ontwikkelen van natuur bij wind- en zonneparken op land en binnenwater. Het geld is bedoeld voor initiatiefnemers en ontwikkelaars van energieprojecten, lokale energiegemeenschappen, gemeenten, waterschappen en grondeigenaren die energie willen opwekken en bedragen aan de natuur.​

De subsidie komt voort uit het kwaliteitsbudget van het Rijk voor het versterken van ecologie en biodiversiteit rond projecten voor hernieuwbare energie op land.

Lees meer op de site van noord-holland.nl

Een getekend bos met een rivier en bomen. Hierin staan een hert en een zwijn.

Samenwerking in beweging


De verhoudingen in de regio's zijn aan het verschuiven. Onder andere doordat verschillende provincies hun formele rol pakken om toch de gezamenlijk afgesproken opwek te realiseren, met name voor windenergie.

Partijen in de regio's, waaronder maatschappelijke partners en bedrijven, geven aan dat onderlinge afstemming essentieel blijft bij het realiseren van de decentrale kant van het energiesysteem. Veel oplossingen ontstaan juist in samenwerking tussen maatschappelijke partners, overheid en netbeheerder.

In veruit de meeste regio's hebben partijen behoefte aan continuering van de gelijkwaardige samenwerking zoals die in de RES plaatsvindt.​

Regio’s geven aan dat het ontbreken van een gedeeld perspectief op de ontwikkeling van en samenwerking aan het energiesysteem leidt tot onzekerheid. Er is brede zorg dat waardevolle kennis en ervaring verloren dreigen te gaan. ​

3 getekende mensen die samen overleggen over een plan. Ze vormen een energiegemeenschap

Energie delen en energiegemeenschappen​


Steeds meer regio's zien kansen in het ontwikkelen van de decentrale kant van het energiesysteem met energiegemeenschappen. Die zijn er in allerlei vormen, zoals energiecoöperaties die samenwerken met bedrijven en publiek-private samenwerkingen. Vooral het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, het delen van energie, het lokaal opwekken en leveren van energie tegen een betaalbare en stabiele prijs (Local4Local) en koppeling met de warmtetransitie spreken aan. De nieuwe Energiewet vergroot de mogelijkheden hiervoor. De concrete aanpak en uitvoering voor energiegemeenschappen staat nu nog in de kinderschoenen.

Het belang van lokaal eigendom neemt toe, omdat eigendom en zeggenschap van opwekinstallaties randvoorwaardelijk zijn voor de vorming van een energiegemeenschap.

Het daadwerkelijk beleidsmatig verankeren van lokaal eigendom blijkt in de praktijk echter nog niet eenvoudig. Dit blijkt ook uit onderzoek. De realisatie is weerbarstig: het aantal projecten met lokaal eigendom neemt in de praktijk maar weinig toe.​

Provincie Limburg steunt energiegemeenschappen

De nieuwe Provinciale Energiediensten Maatschappij (PEM) van de provincie Limburg gaat gemeenten helpen energiegemeenschappen te realiseren. Het doel is met een lerende gemeenschap het profijt van duurzame opwek in gemeenschappen te houden, vertelt Daan Arkesteijn.

Lees het praktijkverhaal hier

Uit de praktijk: Lokale energie monitor​

Door het hele land zetten honderden burgercollectieven zich in voor energiebesparing en duurzame opwek. Zij zijn ervaren, lokale uitvoerders die niet alleen bijdragen aan draagvlak, participatie en het realiseren van 50% lokaal eigendom, maar ook aan de realisatie van het decentrale deel van het energiesysteem. De Lokale Energie Monitor biedt actuele cijfers en inzichten ter onderbouwing van hun rol in de energietransitie.​ ​

Lees verder over de Handige kennis voor energie-initiatieven​

Participatie en Communicatie


Wijzigingen in nationaal, provinciaal en/of gemeentelijk beleid volgen elkaar soms snel op. Dat maakt het lastig om inwoners en ondernemers daar consistent in mee te nemen.

Provincies, gemeenten en initiatiefnemers hebben verschillende bevoegdheden en/of rollen. Het expliciet maken van bevoegdheden en rollen én goede onderlinge afstemming blijkt onontbeerlijk voor heldere communicatie en participatie met inwoners.

​Het opnemen in beleid van kaders voor participatie helpt bij het borgen van een goed participatieproces.​

Er zijn vaker zorgen bij inwoners over gezondheid en veiligheid van windmolens. Bij het concreter worden van een project nemen de zorgen toe. Bij het toenemen van de zorgen nemen ook mis- en desinformatie toe.​

Leren over Participatie en Communicatie​


Uit de praktijk: spelregels Wind op Land Haarlemmermeer​

Haarlemmermeer stelde spelregels op voor Wind op Land mét en vóór omwonenden en inwoners van gemeente Haarlemmermeer, op basis van een uitgebreid participatietraject. De gemeente vraagt de provincie om de spelregels serieus te nemen bij vervolgstappen en gesprekken met initiatiefnemers.​

Lees verder op de site van Haarlemmermeer

Meer weten over participatie? Energieparticipatie.nl​

Op de website energieparticipatie.nl staan niet alleen praktijkverhalen, maar ook onderwerpen waar je mee te maken krijgt tijdens een participatietraject.

Om de partijen in de regio’s op weg te helpen ontwikkelt NP RES onder andere uitlegvideo’s,. De video’s geven naast de handreiking en de werkbladen, meer tekst en uitleg over een bepaald onderwerpen.​

Ervaringen gemeenten bij inwonerparticipatie


In die gevallen waarin voorwaarden voor participatie zijn verankerd in beleid wordt dit gezien als waardevol: het versterkt de kwaliteit van plannen en vergroot het draagvlak.

Tegelijkertijd is er ook realisme: niet alle zorgen verdwijnen door participatie, maar het helpt wel om het gesprek op gang te brengen en tot betere keuzes te komen.​

Gemeenten hebben de wens inwoners steeds intensiever te betrekken bij de energietransitie. De meeste gemeenten pakken inwonerparticipatie integraal aan, door participatie rond wind en zon te combineren met de warmtetransitie, en soms ook met ander beleid zoals veiligheid en leefbaarheid.​

Lokale energiecoöperaties spelen hierin een belangrijke rol; veel gemeenten werken al met hen samen of staan open voor samenwerking.

Er is veel behoefte om het stille midden meer te horen, in een dialoog over wat mensen belangrijk vinden voor de toekomst. ​

Succesfactoren en knelpunten zijn in de afgelopen jaren grotendeels onveranderd:

  • Gemeenten geven aan dat het informeren en bereiken van inwoners goed gaat, net als het betrekken lokale initiatieven en energiecoöperaties
  • Knelpunten blijven het tekort aan arbeidscapaciteit en het betrekken van specifieke groepen
  • 72% van de gemeenten ervaart het als knelpunt dat een wettelijk instrumentarium ontbreekt voor het afdwingen van 50% lokaal eigendom.

Periodiek overzicht TNO inwonerparticipatie energietransitie in de fysieke leefomgeving

3 personenn gepositioneerd tussen 2 windmolens en 2 zonnepanelen op de grond