Deel III – Blijven werken aan 55 TWh
Deel III schetst de discrepantie tussen het toekomstbeeld, en de ingewikkelde realiteit van de uitvoering, inclusief goede voorbeelden over hoe creatief om te gaan met knelpunten.
Toekomstig energiesysteem
Het energiesysteem
Het ontwerp Nationaal Plan Energiesysteem schetst een toekomstbeeld van het Nederlandse energiesysteem in 2050, en geeft mogelijke routes daarnaartoe. Het NPE is gebaseerd op 5 publieke belangen:
- Betaalbaar en economisch krachtig
- Betrouwbaar en veilig
- Duurzaam
- Rechtvaardig en participatief
- Ruimte en milieu
Het realiseren van dit energiesysteem vraagt om een samenspel van vraag, aanbod, infra en flex, waarin alle dragers benut worden (elektriciteit, warmte, waterstof en andere gassen). Het centrale decentrale energiesysteem komen hier bij elkaar. Ook vraagt het NPE om een sterke gebiedsgerichte uitwerking.
Het streven is om bestuurlijke afspraken te maken over de uitwerking van het NPE tussen Rijk en medeoverheden, uiterlijk zomer 2024.
Opwek op land
Het NPE stelt dat we ons moeten voorbereiden op maximale elektrificatie van Nederland, en dat hiervoor veel hernieuwbare opwek nodig is: grofweg 3-4x zo veel in 2050 als in 2030.
Ruim de helft van de totale opwek vindt plaats met wind op zee, maar ook op land stijgt de opwek flink in het toekomstbeeld van het NPE: grofweg een verdubbeling van opwek via wind op land en een verdrievoudiging van zon-totaal in 2050 ten opzichte van 2030.
Al in 2035 is mogelijk veel extra opwek nodig, vanwege het uitgangspunt in het NPE van een CO2-vrij elektriciteitssysteem vanaf 2035.
Dit toekomstbeeld vraagt om flinke inzet op hernieuwbaar op land. Dit vraagt veel qua burgerbetrokkenheid, en staat op gespannen voet met andere belangen.
De weg daarnaartoe
Werken aan knelpunten
Terwijl het NPE een ambitieus toekomstbeeld schetst met een grote rol voor opwek op land, worden de ambities van veel regio’s op dit moment geremd door: netcongestie, de aangescherpte voorkeursvolgorde zon, strengere (concept) windnormen, radarproblematiek, stikstof, wachttijden voor behandeling van hoger beroep bij de Raad van State, wespendief, etc. Het tijdig realiseren van ambities wordt daarmee steeds lastiger.
Aan veel knelpunten wordt gewerkt. Maar veel van de uitspraken over en voorstellen voor het aanpakken van deze knelpunten leiden in de uitvoering tot minder en andere mogelijkheden voor wind en zon.
In veel regio’s wordt gezocht naar creatieve manieren om met deze nieuwe werkelijkheid om te gaan, maar dit is niet voldoende.
Gezamenlijke keuzes waarbij energie in samenhang met ander (rijks)beleid wordt afgewogen, zijn nodig om het toekomstbeeld uit het NPE te kunnen realiseren.
Netcongestie: knelpunt en kans?
Netcongestie
In alle regio’s is inmiddels sprake van netcongestie, op hoog-, midden- en steeds vaker ook op laagspanningsnetten. Dit geldt zowel voor invoeding als voor afname.
Waar netcongestie is, kan energie niet worden geleverd aan het net en/of kan verdere ontwikkeling (bedrijven, woningen) niet plaatsvinden. Hiermee is het een obstakel voor de ontwikkeling en voor realisatie van de doelstelling van 55 TWh, binnen het huidige, centrale netwerk.
Het LAN (Landelijk Actieprogramma Netcongestie) werkt vele acties uit om netcongestie tegen te gaan:
- Sneller bouwen – sneller realiseren van netuitbreidingen o.a. door integrale aanpak van projectclusters in een gebied.
- Sterker sturen – sturen op betere benutting van het net o.a. door met bedrijven flexibel het net te benutten en zo de piekbelasting te verlagen.
- Vergroten flexibele capaciteit – publiek-private acties voor slimme oplossingen zoals de ontwikkeling van energy hubs.
Naast deze generieke oplossingen is ook lokaal maatwerk nodig voor lokale problemen en knelpunten.
Oplossingsrichtingen
Tegengaan van netcongestie loopt via twee parallelle oplossingsrichtingen:
- Netbeheerders investeren sterk in netverzwaring. Provincies maken samen met netbeheerders, gemeenten, regio's, en andere stakeholders pMIEK’s om infrastructuurinvesteringen maatschappelijk te prioriteren en te versnellen.
- Netcongestie dwingt ook tot innovatie richting een nieuw, ook decentraal, energiesysteem. Flexibiliteitsoplossingen (batterijen, conversie, op- en afschalen vraag), ‘energiedelen’ en energy hubs kunnen op korte termijn perspectief brengen voor inwoners en bedrijven, en dragen op de lange termijn bij aan een betaalbaar, betrouwbaar en adaptief energiesysteem. Ook slim ontwerp van bijvoorbeeld woonwijken met lokale opwek en energiebesparing helpt hierbij.
Beide oplossingsrichtingen zijn nodig. Deze oplossingsrichtingen kunnen elkaar helpen: door flexibiliteitsoplossingen is bijvoorbeeld minder netverzwaring nodig. Maar het geeft soms ook spanning: netverzwaring kan in sommige gevallen ook remmend werken voor innovatieve oplossingen.
Netcongestie in de praktijk
Voorbeeld: Bedrijventerreinen Veghel
In Veghel wordt het verduurzamen van bedrijventerreinen de komende periode bemoeilijkt door netcongestie. Ook de aankomende verzwaringen van het net zijn voor de bedrijventerreinen niet voldoende.
Brink, Essent Energy Infrastructure Solutions (EIS) en Kuijpers gaan als het consortium Smart Business Parks vijf aaneengesloten bedrijventerreinen in Veghel verduurzamen.
Het doel is om een lokaal energienetwerk te realiseren waar vraag en aanbod van energie, warmte en koude op elkaar wordt afgestemd. Opdrachtgever is het Platform Ondernemend Meierijstad (POM) in samenwerking met de gemeente Meierijstad.
Energie kan gedeeld worden tussen bedrijven in het lokale energiesysteem waardoor geen gebruik gemaakt hoeft te worden van het publieke elektriciteitsnet.
Solar Magazine - Brink, Essent en Kuijpers verduurzamen 5 bedrijventerreinen in Veghel
“Wij als technisch dienstverlener lopen vaak tegen de netcongestieproblematiek aan. Zo heeft een klant een dak vol zonnepanelen, maar mag hij op sommige momenten de opgewekte stroom niet terugleveren. Het bedrijf aan de overkant van de straat kan deze stroom juist goed gebruiken om elektrische trucks te laden. Dankzij dit project kunnen we elkaar de helpende hand bieden”
Jos van Asten, directeur van POM (in: Solar Magazine)
Voorbeeld: nieuwbouwwijken
Door netcongestie aan de afnamekant, kunnen nieuwbouwwijken niet of met grote vertraging aangesloten worden op het elektriciteitsnet. Door de nieuwbouwwijk op te zetten als een lokaal energiesysteem met lokale balans, inclusief opslag, kan een wijk wel gerealiseerd worden.
Schoon Schip is een drijvende woonwijk in Amsterdam die haar energie zelf opwekt en lokaal balanceert. Naast Schoon Schip verrijst Republica Amsterdam, een wijk met woningen en bedrijven waar energie wordt opgewekt en via een smart grid opgeslagen en met elkaar wordt gedeeld. Beide wijken zijn onderdeel van de Experimenteerregeling 2015-2018.
Nieuwbouwwijk Crailo (bij Hilversum) wordt opgezet als een energiepositieve wijk, waar door middel van opslag en een digitaal platform de pieken in de energievoorziening eruit worden gehaald.
In Voorhout, gemeente Teylingen, is in de nieuwbouwwijk Hooghkamer een wijk met 17 woningen gebouwd met zonnepanelen die met elkaar verbonden zijn via een smart grid. Via een slim energiesysteem kunnen ze onderling energie uitwisselen. Overtallige stroom wordt opgeslagen in een batterij-gedreven snellader voor elektrische deelauto's. Deze doet dienst als buffer en opslag.
Defensieradars: problematiek in de praktijk
Defensieradars
In meerdere RES-zoekgebieden kunnen geen windturbines worden gebouwd door de aanwezigheid van (toekomstige) radars, die niet verstoord mogen worden door windturbines. Ook heropening van oude militaire velden kan beperkend werken voor windenergie.
Door het wegvallen van zoekgebieden voor wind gaat de verhouding wind / zon in deze regio’s vaak scheef. Dit vergroot de netcongestie in deze regio’s.
De regio’s die het betreft, zijn met de minister / staatssecretaris van Defensie in gesprek om duidelijk te krijgen wat de mogelijkheden zijn.
Voorbeeld: radar in regio Hart van Brabant
Defensie is op zoek naar een locatie voor een nieuwe radar nabij vliegveld Gilze-Rijen. Een radar vraagt om vrij zicht en daarom kunnen in de omgeving van een radar geen windturbines worden gebouwd.
Momenteel wordt gesproken met Defensie over de mogelijke komst van deze radar en de precieze implicaties voor windenergie.
Het creëren van duidelijkheid over de (on)mogelijkheden kan op korte termijn helpen om helderheid te scheppen over het perspectief voor windenergie in deze en andere regio’s. Dit kan betekenen dat er zoekgebieden afvallen maar ook dat het zoeken naar alternatieven kan starten
Wespendief en windturbines
Huidige situatie
Realiseren van windturbines rondom Natura-2000 gebieden op de Veluwe vraagt om een vergunning in het kader van de wet natuurbescherming. Windturbines vormen een aanvaringsrisico voor wespendieven. Dit is een beschermde soort op de Veluwe en er zijn te weinig broedparen voor het in stand houden van de populatie. Hierdoor kunnen vergunningen niet afgegeven worden.
In een omtrek van 1 – 8 km rondom de Veluwe zijn windturbines daarom momenteel beperkt toegestaan.
Situatie Veluwe
Windturbines rondom de Veluwe kunnen alleen worden geplaatst met mitigerende maatregelen. Stilstand van windturbines is vooralsnog de enige bewezen methode om aanvaringsslachtoffers te voorkomen. Daarom wordt nu zenderonderzoek uitgevoerd en onderzocht of andere maatregelen (zoals cameradetectie) de mogelijkheden kunnen vergroten.
In afwachting van de uitkomsten van deze onderzoeken is het onzeker of zoekgebieden voor wind rondom de Veluwe wel of niet in stand blijven.
Door deze onzekerheid is er te weinig perspectief voor windontwikkelaars om aan de slag te gaan. Hierdoor liggen veel ontwikkelingen stil.
Windontwikkelingen zullen hierdoor kleiner, pas na 2030 of helemaal niet plaatsvinden, wat realisatie van het bod van de desbetreffende regio’s voor 2030 ernstig bemoeilijkt.
Milieunormen wind
Huidige situatie
Het Ministerie van IenW heeft nieuwe landelijke concept milieunormen voor windturbines opgesteld. De regels omvatten:
-
Een nieuwe afstandsnorm
- Strengere geluidsnormen
- Gewijzigde regels voor slagschaduw
- Strengere regels voor externe veiligheid
- Vaste regels voor obstakelverlichting
- Regels om lichtschittering te voorkomen
Op sommige onderdelen kan in de regio’s lokaal maatwerk geleverd worden.
De windnormen moeten nog definitief gemaakt worden.
Effect op de RES-regio's
De nieuwe concept-normen voor windturbines gaan niet uit van hogere grenswaarden. Wel van hogere streefwaarden. De hogere streefwaarden en de afstandsnorm hebben grote effecten op de opgave voor duurzame opwek op land uit de RES’en. En daarmee op voortgang van de energietransitie zoals beoogd in het NPE.
Ze hebben ook effect op het landschap en op het feit dat er weinig meer te kiezen valt in gesprek met omwonenden en belanghebbenden.
De plaatsing van windturbines bij een bedrijventerrein wordt lastiger. Terwijl die zowel landschappelijk als voor het energiesysteem daar het meest gewenst is, want: vraag een aanbod dicht bij elkaar (energy hubs) .
Ook "repowering" van bestaande turbines wordt in veel gevallen moeilijker, omdat het op veel bestaande locaties niet mogelijk is om te voldoen aan de nieuwe normen.
Het vinden van locaties waar meerdere windturbines bij elkaar geplaatst kunnen worden wordt lastiger. Grotere verspreiding van turbines kan uiteindelijk leiden tot meer mensen die hinder ervaren per opgewekte KWh.
Voorkeursvolgorde zon
Huidige situatie
De minister van BZK heeft met IPO, VNG, Unie van Waterschappen en NBNL afgesproken dat provincies een aangescherpte voorkeursvolgorde voor zon verankeren in hun verordening.
In de praktijk zien we sommige provincies strenger optreden dan het gesloten akkoord.
Nieuwe projecten met zon op landbouwgrond (trede 4 van de zonneladder) zijn door de voorkeursvolgorde alleen nog bij uitzondering mogelijk. Dit vraagt om aanpassing van plannen en kan leiden tot vertraging of afvallen van projecten.
De mogelijkheden voor zonne-energie verschuiven naar trede 1 (daken en gevels), 2 (onbenutte terreinen in bebouwd gebied), en 3 (onbenutte terreinen in landelijk gebied) van de zonneladder. Er zal meer zon op dak, op objecten, bassins, carports, etc. gerealiseerd moeten worden.
Hiervoor is het van belang dat (financiële) randvoorwaarden op orde gebracht worden, bijvoorbeeld de financiering voor versterking van niet-draagkrachtige daken, of vergoeding van de meerkosten voor het plaatsen van solar carports.
Voorkeursvolgorde zon in de praktijk
Solar Carports
De voorkeursvolgorde zon heeft als doel multifunctioneel ruimtegebruik te stimuleren. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door zonnepanelen boven parkeerplaatsen te plaatsen. Hierbij kunnen ook slimme combinaties gemaakt worden met laadinfrastructuur.
Solar carports zijn echter vaak nog niet financieel haalbaar. In een van de regio’s zijn bijvoorbeeld 100 locaties onderzocht, waarvan er vier kansrijk zijn.
In de regio Rotterdam-Den Haag wordt een carportaanpak voor zon ontwikkeld, inclusief een handreiking voor gemeenten. Pilot Zon op parkeerplaatsen van start | RES Rotterdam Den Haag
Op landgoed de Olmenhorst in Lisserbroek (regio Noord-Holland Zuid) verduurzaamt een rustieke zonnecarport een architectenbureau (zie rechts). De carport wordt door dit bedrijf met de huidige energieprijzen in 5,5 jaar terug verdiend en levert duurzame energie aan de rest van het terrein. Het is een voorbeeld van een mooi landschappelijk ingepaste zonnecarport bij bedrijven.
‘Heeft je bedrijf een eigen terrein? Leg een zonnecarport aan!’
“Maak het als gemeenten voor bedrijven met een eigen terrein of parkeerplaats zo makkelijk mogelijk om een zonnecarport aan te leggen.”
Coen Kampstra,
architectenbureau Faro