Deel IV – Vooruitblik

Deel IV schetst een vooruitblik op basis van de gesprekken in de regio's, en de ervaringen vanuit NP RES.

Wat is nodig volgens de regio’s?


Perspectief na 2030

2030 begint 3½ jaar na vandaag. In het energiesysteem, waar projecten tot wel 10 à 12 jaar kunnen duren, staat dit gelijk aan de dag van morgen. En 2040 is dan praktisch overmorgen. Om in 2040 doelstellingen te behalen, is het nodig om vandaag te beginnen.

Regio’s vragen daarom snel duidelijkheid over de opgave voor wind en zon op land na 2030, als onderdeel van de ontwikkeling van het totale energiesysteem. Ook is behoefte aan inzicht in de behoefte aan netverzwaring richting 2050, zodat gemeenten, regio's en provincies hier samen met netbeheerders op kunnen voorsorteren.

Daarnaast is behoefte aan sturing op enkele regio-overstijgende thema’s: op hoeveel import van energie kunnen we rekenen? Wat wordt de rol van waterstof? Hoeveel groen gas is er beschikbaar en hoe verdelen we dat? En wat is de potentie van Small Modular Reactors (kleine kerncentrales) en wat is een realistisch tijdpad hiervoor?

Een langetermijntransitie vraagt om langetermijnsamenwerking. Er is behoefte aan duidelijkheid over de rolverdeling en de interbestuurlijke samenwerking: wat wordt de rol en scope van de RES-/energieregio vanaf 2030?

Doorbraken op voortslepende knelpunten

Regio’s lopen al jaren tegen dezelfde knelpunten aan in de realisatie van wind en zon. Om meer wind en zon te kunnen realiseren richting 2040 en 2050 zijn stevige doorbraken nodig:

  • een snelle keuze over nieuwe milieunormen voor windenergie met ruimte voor lokaal maatwerk;
  • het overnemen van de nationaal afgesproken uitzonderingsgronden op de voorkeursvolgorde zon in alle provincies om de ontwikkeling van zon op veld op de juiste plekken mogelijk te maken;
  • het verbeteren van de business cases voor zon en windenergie door aanpassing van de SDE++ en/of andere subsidies;
  • Stimuleren van (regionale) warmtenetten, door aanpassing van subsidies en betere verdeling van kosten en baten
  • het stimuleren van flexoplossingen door prijsprikkels en aanpassing van wet- en regelgeving;
  • meer planologische sturingsmogelijkheden voor decentrale overheden op ontwikkelingen in het energiesysteem;
  • zicht op structurele ondersteuning en financiering van de energieregio’s, ook na 2030.

Ondersteuning op netcongestie

Voor een effectieve aanpak tegen netcongestie hebben decentrale overheden het volgende nodig:

  • Netdata: een oplossingsrichting zoals een juridische verplichting voor netbeheerders om gebiedsdata beschikbaar te stellen aan decentrale overheden. Samenwerking tussen netbeheerders, decentrale overheden en marktpartijen gericht op dat iedereen met deze data leert werken.
  • Aanpassingen in financiering: aanpassingen die aansluiten bij de daadwerkelijke inzet en impact van flexibiliteit op momenten van netschaarste, zodat investeringen in netverzachtende maatregelen beter renderen en zo veel mogelijk worden terugvertaald naar degenen die hierin hebben geïnvesteerd. Collectieve maatregelen stimuleren als deze effectiever zijn dan individuele oplossingen.
  • Benutting mogelijkheden Omgevingswet: duidelijkheid over de mogelijkheden van het omgevingsrecht (bijv. via een AMvB), het stimuleren van het doelmatig benutten van het net, bredere ondersteuning om omgevingsrechtelijk sturen in de praktijk, en kennisdeling en advisering over inzet van deze instrumenten.
  • Inzet van experimenteerbepaling Omgevingswet: de experimenteerregeling uit de Omgevingswet gericht inzetten om in de praktijk te testen wat werkt en wat niet.

Een helder nationaal narratief

Werken aan het energiesysteem is ingrijpend. Opwek is zichtbaar in het landschap, warmte komt tot achter de voordeur en netcongestie wordt steeds meer voelbaar. Gemeenten, provincies en netbeheerders hebben iedere dag te maken met de impact voor inwoners en bedrijven. Zij hebben behoefte aan een helder nationaal verhaal, in aanvulling op het NPE, dat:

  • Duidelijkheid geeft over nut en noodzaak: waarom is de energietransitie nodig? Wat bereiken we er mee? En wat gebeurt er als we niets doen?
  • De opgave in context plaatst: de energietransitie is immers geen doel op zich, maar hebben we nodig voor ontwikkelingen zoals woningbouw, bedrijvigheid en mobiliteit. Het draagt ook bij aan meer autonomie in onze energievoorziening.
  • Voorziet in een heldere uitleg over ingewikkelde zaken als SMR’s, warmtenetten, waterstof, etc.
  • Handelingsperspectief schetst voor inwoners en bedrijven: wat verandert er voor mij, en wat kan ik doen? Wat zijn mijn rechten, plichten en mogelijkheden?
  • Joint Fact Finding kan helpen duidelijk te krijgen wat feiten, en wat uiteenlopende afwegingen en posities zijn.