Deel III – Werken aan netcongestie
Deel III brengt in beeld waar regio’s tegen de grenzen aanlopen bij netcongestie — en welke vijf richtingen perspectief bieden.
Oplossingen vanuit de praktijk
Alle 30 RES-regio's werken aan concrete oplossingen voor netcongestie, in nauwe samenhang met activiteiten van gemeenten en provincies. Iedere regio hanteert hierbij een eigen tempo en zet in op de thema’s die voor die regio van belang zijn. De beschikbare netruimte verschilt sterk per gebied en moment: in sommige regio’s is nog beperkte ruimte beschikbaar, terwijl andere gebieden al tegen harde grenzen aanlopen.
Regio’s brengen met gemeenten, provincie en netbeheerders maatregelen uit de Landelijke Aanpak Netcongestie (LAN) lokaal tot uitvoering: bijvoorbeeld energieopslag bij opwek, energiehubs en netbewuste gebiedsontwikkeling. Resultaten worden geboekt. De leerlessen staan in deze foto.
Netbeheerders hebben een enorme taak om het net te verzwaren, maar stuiten ook op langdurige ruimtelijke processen. Dit vraagt zowel om goede samenwerking rondom het ruimtelijke proces van netverzwaring als om het vrijspelen van netcapaciteit via decentrale oplossingen in het energiesysteem.
Tegelijkertijd zijn er structurele belemmeringen bij de aanpak van netcongestie. Netbeheerders sturen mede vanwege wettelijke verplichtingen op een hoge betrouwbaarheid (99,98%). Daarnaast is er onvoldoende bekend van de doorwerking van decentrale systeemoplossingen op het centrale energiesysteem. Dit vraagt gecontroleerde en schaalbare implementatietrajecten.
Waar wél geslaagde initiatieven ontstaan om schaarse netcapaciteit beter te benutten, zijn deze vaak gebaseerd op tijdelijke afspraken, goodwill en onderlinge relaties. Er zijn nieuwe instrumenten nodig die zorgen dat investeringen voor extra netcapaciteit lonen, zowel financieel als ter plekke in netcapaciteit.
Regio’s hebben behoefte aan: 1) datagedreven werken, 2) omgevingsrechtelijk sturen, 3) (financiële) randvoorwaarden, 4) stimulans voor samenwerking en 5) afwijken van knellende regels.
Batterij in Oosterhout krijgt eerste contract als congestieverzachter in Nederland
In Oosterhout komt het eerste grootschalige batterijsysteem dat actief het hoogspanningsnet gaat ontlasten. De batterij krijgt als ‘congestieverzachter’ met voorrang een aansluiting op het net. Hoe zit dat en welke rol kan de gemeente spelen? Projectleider Piet Ackermans deelt zijn ervaringen.
Lees meer: Daluren gebruiken en stroompieken afvlakken.
1. Datagedreven werken
Van blind handelen naar datagedreven sturing
- Gemeenten en regio’s hebben onvoldoende zicht op waar precies de knelpunten in het net zitten. Daardoor is vaak onduidelijk waar netcongestie een belemmering is voor woningbouw, bedrijventerreinen of laadpleinen en welke oplossingen mogelijk zijn.
- Om verdere stappen te zetten naar een toekomstbestendig energiesysteem is meer inzicht nodig. Via het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) werkt NBNL aan het beschikbaar stellen van diverse dataproducten: Roadmap. Zo zijn de Capaciteitskaart, de Regionale scenario's en de Energiegebiedsprofielen beschikbaar gesteld. Dit is alleen nog niet alle data die decentrale overheden nodig hebben om te kunnen sturen.
- Netbeheerders hebben aan de andere kant ook data van gemeenten en regio’s nodig met betrekking tot concrete plannen, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, mobiliteit en warmte.
Waar hebben regio’s behoefte aan?
- Een oplossingsrichting zoals een juridische verplichting voor netbeheerders om gebiedsdata (nettopologie, belasting en capaciteit nu en in de toekomst) beschikbaar te stellen aan decentrale overheden.
- Samenwerking tussen netbeheerders en decentrale overheden en marktpartijen gericht op dat iedereen met deze data leert werken.
Energieregio Noordoost-Brabant: meer gedeeld inzicht nodig in elektriciteitsnetwerk
Tijdens een datasprint met NP RES onderzocht Energieregio Noordoost-Brabant wat, vanuit beschikbaarheid van elektriciteit, de geschiktste locaties zijn voor nieuwe woningen en bedrijven tussen nu en 2035. Daarvoor blijken meer gedetailleerde data nodig over het elektriciteitsnetwerk.
Lees meer: datasprint Energieregio Noordoost-Brabant .
2. Omgevingsrechtelijk sturen
Sturing op systeemvraagstukken
Omgevingsrechtelijk sturen gaat over het bij elkaar brengen van de energietransitie en de fysieke leefomgeving. Gemeenten en regio's kunnen netcongestie helpen verminderen door bij planvorming en gebiedsontwikkeling vooraf rekening te houden met het energiesysteem. Bijvoorbeeld door het toedelen van schaarse energie aan ruimtelijke opgaven, opwek effectief in te passen op het net, of te kiezen voor collectieve warmte.
De Omgevingswet biedt instrumenten om te sturen op locatie en inrichting. Zo wordt het omgaan met netcongestie vroegtijdig onderdeel van de planvorming.
Overheden zijn in de praktijk nog zoekend: de ruimte binnen de Omgevingswet wordt niet overal benut.
Waar hebben regio’s behoefte aan?
Duidelijkheid over de mogelijkheden van het omgevingsrecht. Bijvoorbeeld door via een AMvB het doelmatig benutten van het net te stimuleren.
Bredere ondersteuning op omgevingsrechtelijk sturen in de praktijk, uitgaand van wat nu al kan.
Kennisdeling en advisering over inzet van deze instrumenten om beleidsambities (juridisch) te verankeren.
Energie voor Arnhem: een energieprogramma onder de Omgevingswet
Met het integrale omgevingsprogramma Energie voor Arnhem werkt de gemeente Arnhem toe naar wijken die zoveel mogelijk in hun eigen energie voorzien. ‘Wij willen laten zien dat je het stroomnet zo slank mogelijk kunt verzwaren, als je lokaal stuurt op energie’, zegt programmadirecteur Richard Kaper.
Lees meer: met slimme lokale energiesystemen hoef je het net niet onnodig te verzwaren.
3. (Financiële) randvoorwaarden
Collectieve oplossingen vragen om collectieve waardering
De urgentie om slimmer om te gaan met netcapaciteit neemt sterk toe. Er zijn heel veel duurzame technische oplossingen beschikbaar.
De grootste belemmeringen zitten vaak niet zozeer in de techniek. De vermeden toekomstige netcongestie door deze oplossingen worden niet meegenomen in het financiële plaatje. Het huidige systeem biedt daardoor onvoldoende prikkels om hierin te investeren. Netbeheerders zien kansen wanneer deze flex ook aantoonbaar en contracteerbaar is.
Energiegemeenschappen komen op, maar zij staan voor dezelfde uitdagingen. Wanneer zij investeren in flex en systeemoplossingen in combinatie met warmte, vertaalt zich dat niet door naar een rondkomende businesscase. Terwijl zij wel netcapaciteit vrijspelen.
Waar hebben regio’s behoefte aan?
Met NBNL, ACM en EZK werken aan financiële prikkels die:
- Aansluiten bij de daadwerkelijke inzet en impact van flexibiliteit op momenten van netschaarste, zodat investeringen in netverzachtende maatregelen beter renderen. En daarbij zoveel mogelijk de waarde van de vrijgespeelde netcapaciteit terugvertalen naar degenen die hebben geïnvesteerd in netverzachtende maatregelen.
- Collectieve maatregelen stimuleren als deze effectief zijn dan individuele oplossingen.
Regionaal warmtenet Holland Rijnland: minder netcongestie en minder maatschappelijke kosten
Een regionaal warmtenet kan in de toekomst een groot deel van Regio Holland Rijnland van duurzame warmte voorzien én netcongestie verzachten. Technisch gezien kan het, met gebruik van aardwarmte en warmte uit de Rotterdamse haven. Maar: om het haalbaar te maken is financiële zekerheid nodig.
Lees meer: Regionaal warmtenet Holland Rijnland: minder netcongestie en minder maatschappelijke kosten.
4. Stimulans voor samenwerking
Netcongestie vraagt om samenwerking: tussen netbeheerders en decentrale overheden, binnen de overheid tussen de werelden van ruimtelijke ordening en energie, en tussen overheden die in hetzelfde netvlak zitten. In veel regio's levert deze samenwerking veel inzicht en gebundelde uitvoeringskracht, als deze wordt gekoppeld aan concrete keuzes in ruimte voor vraag en aanbod.
Die samenwerking komt op gang. Waarin gemeenten netcapaciteit kunnen vrijspelen via democratische processen en Omgevingsbeleid, gaan netbeheerders uit van contractuele afspraken met bedrijven. Energieplanologie en de energietoets bieden concrete handvatten maar worden niet overal structureel ingezet. Netbeheerders en decentrale overheden hebben ruimte nodig om met elkaar te ontdekken welke borging nodig is voor optimalisatie van het energiesysteem, die zich kan vertalen naar investeringsbeslissingen en Omgevingsbeleid.
Waar hebben regio’s behoefte aan?
Een verankerde energietoets (of weging van het energiebelang) als stimulans voor samenwerking tussen netbeheerder en decentrale overheden.
Een interbestuurlijke doelstelling voor gemeenten, regio's en provincies om netcapaciteit vrij te spelen, waarbij de ruimte die hierdoor op het net beschikbaar komt zoveel mogelijk lokaal kan worden ingezet.
Klantreis 'energie als onderdeel van een andere opgave'
Deze klantreis brengt in beeld wat een gemeente te doen staat op het gebied van energie bij verschillende opgaven en laat zien wat de rol van de regio en NP RES daarbij is.
Lees meer: Klantreis 'energie als onderdeel van een andere opgave'.
5. Afwijken van knellende regels
Bestaande regels in de Energie- en Warmtewet sluiten vaak nog onvoldoende aan op nieuwe oplossingen. Bijvoorbeeld:
- Netbewuste woonwijken vragen om andere uitgangspunten dan standaard aansluitingen.
- Samenwerkende bedrijven in energie gemeenschappen (energyhubs) lopen tegen beperkingen aan wanneer ze capaciteit willen vrijspelen ten behoeve van ontwikkelingen in eigen gebied.
- Duidelijke kaders voor de inzet van buurtbatterijen ontbreken.
De Omgevingswet biedt ruimte voor flexibiliteit in de besluitvorming. Met de experimenteerbepaling (art. 23.3) kunnen overheden tijdelijk afwijken van bestaande regels om innovatieve oplossingen in de fysieke leefomgeving mogelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld helpen wanneer bestaande regels de ontwikkeling van netbewuste oplossingen belemmeren, of wanneer afwijking van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) of de Energiewet nodig is.
Het doel van deze experimenteerruimte is om in de praktijk te leren wat wel en niet werkt. Dat is passend bij de fase van de transitie waarin we zitten. De uitkomsten van experimenten kunnen aanleiding zijn om regelgeving aan te passen of beleidskeuzes te maken.
Er wordt gesproken over een Crisiswet om netcongestie aan te pakken. Deze wet is nog in ontwikkeling en maakt onderdeel uit van een breder pakket aan wetgevingsmaatregelen.
Het gebruik van de experimenteerbepaling in de Omgevingswet staat nog in de beginfase. Wel worden er diverse verkenningen gedaan, zoals netbewuste gebiedsontwikkeling, energyhubs op bedrijventerreinen en pilots met buurtbatterijen.
Waar hebben regio’s behoefte aan?
Het verkennen hoe de experimenteerbepaling uit de omgevingswet ingezet kan worden om te leren wat wel en niet werkt.